Per 1 juli 2017 vervallen de wettelijke vakantiedagen die werknemers in 2016 hebben opgebouwd. De volgorde van het vervallen en verjaren van vakantiedagen is dit jaar iets versimpeld.

Sinds 2012 geldt dat wettelijke  vakantiedagen een half jaar na het jaar van opbouw vervallen. Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren vijf jaar na het jaar van opbouw. Vóór 2012 gold ook voor wettelijke vakantiedagen die termijn van vijf jaar. Dat betekent dat álle vakantiedagen van voor 2012 in principe hun geldigheid hebben verloren per 1 januari 2017.

Eerst de vakantiedagen die het kortst geldig zijn

Neemt een werknemer vakantiedagen op, dan streept de werkgever de dagen af in volgorde van hun geldigheidsduur. De vakantiedagen die als eerste hun geldigheid verliezen, vult de werkgever dus ook als eerste als opgenomen op de vakantiekaart in (vaak automatisch via een digitaal verlofregistratiesysteem). De opnamevolgorde ziet er nu als volgt uit:

  1. Wettelijke vakantiedagen 2016:                 vervallen per 1 juli 2017
  2. Bovenwettelijke vakantiedagen 2012:      verjaren per 1 januari 2018
  3. Wettelijke vakantiedagen 2017:                 vervallen per 1 juli 2018
  4. Bovenwettelijke vakantiedagen 2013:      verjaren per 1 januari 2019
  5. Bovenwettelijke vakantiedagen 2014:      verjaren per 1 januari 2020
  6. Bovenwettelijke vakantiedagen 2015:      verjaren per 1 januari 2021
  7. Bovenwettelijke vakantiedagen 2016:      verjaren per 1 januari 2022
  8. Bovenwettelijke vakantiedagen 2017:      verjaren per 1 januari 2023

Andere opnamevolgorde door onderlinge afspraken

Soms geldt er een andere opnamevolgorde. Zo kan in de cao of arbeidsovereenkomst zijn bepaald dat wettelijke vakantiedagen later vervallen dan een half jaar na het jaar van opbouw. Een vervroegde vervaltermijn is niét toegestaan. De opnamevolgorde kan ook veranderen als een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om wettelijke vakantiedagen op te nemen, bijvoorbeeld door ziekte of doordat de werkgever hem geen ruimte bood om met  vakantie te gaan. Voor deze wettelijke vakantiedagen geldt dan de verjaringstermijn van vijf jaar. Verder mag een werkgever bovenwettelijke vakantiedagen tussentijds uitbetalen als dit is afgesproken in de cao of arbeidsovereenkomst. Ze vallen dan logischerwijs ook weg uit de opnamevolgorde.

Bron: rendement.nl